Over deze blog

Met deze blog willen wij graag een discussieplatform bieden over verzekeringszaken en andere financiële onderwerpen die in de actualiteit spelen. Wilt u een discussieonderwerp aandragen, dan nodigen wij u uit ons dit te laten weten via info@nwk.nl.

Hoe zit het nu met het in- en uitlooprisico op de b.a. voor advocaten?
Geplaatst op: 24 mei 2011
Auteur: Ron Borgdorff

Hoe zit het nu met het in- en uitlooprisico op de b.a. voor advocaten?

Veel advocaten worden momenteel door de Orde van Advocaten bevraagd over het inloop- en uitlooprisico van hun beroepsaansprakelijkheidsverzekering (b.a.). Wij worden als gevolg daarvan veel gebeld en gemaild. Waar gaat het nu om? Laat ik eerst uitleggen wat inloop en uitloop is, vervolgens waarom u wordt benaderd, wat de rol van de Orde is en hoe naar mijn mening met dit onderwerp zou moeten worden omgegaan.

Inloop en uitloop in algemene zin
Inloop en uitloop zijn echte verzekeringsbegrippen. Bij een polis van bijvoorbeeld een autoverzekering vindt iedereen het normaal dat een schadegebeurtenis alleen gedekt is, als de schadegebeurtenis ontstond tijdens de looptijd van de verzekering. Gebeurtenissen vóór de ingangsdatum zijn natuurlijk niet verzekerd; als de polis geroyeerd is en er is dan alsnog een schade, dan komt die uiteraard ook niet voor vergoeding in aanmerking.

Voorbeelden van inloop en uitloop bij de b.a.
Bij aansprakelijkheidsverzekeringen ligt dit genuanceerder. Als een advocaat of andere jurist eerst bij werkgever A een zaak behandelt en die meeneemt als hij gaat werken bij werkgever B, of voor zichzelf begint, dan bestaat de kans dat pas op een later moment blijkt dat er al in eerste instantie een fout is gemaakt die tot schade leidt. De oorzaak van de fout ligt dan weleens voor de ingangsdatum van de polis, terwijl de schade na de ingangsdatum blijkt. Zo'n schade is dan ontstaan in de inloopperiode. Andersom kan ook. Stel de advocaat behandelt een zaak en maakt een fout die dan niet wordt opgemerkt. Vervolgens stopt hij als advocaat, hij wordt bijvoorbeeld rechter, en daarna blijkt de schadegebeurtenis alsnog tot schade te leiden. Dan valt de schade in de uitloopperiode.

Orde van Advocaten controleert de b.a.
De Orde van Advocaten houdt in de gaten of u wel blijft voldoen aan de eisen die zij als Orde aan de leden stelt, zoals de verzekeringsplicht voor beroepsaansprakelijkheid. Dat werd gedaan door de advocaten allemaal formulieren te laten invullen en stukken te laten insturen. De Orde gaat echter ook mee met de moderne ontwikkelingen en heeft daarom met ingang van 2011 dit proces gedigitaliseerd. Dus iedere advocaat vult op de site alle gevraagde gegevens in over zijn/haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering en vragen waarop een volgens de Orde afwijkend antwoord gegeven wordt, vallen er automatisch uit. Een van die vragen betreft het al dan niet meeverzekerd zijn van het inloop- en uitlooprisico. Antwoordt men dat dit niet meeverzekerd is, dan ontvangt het kantoor een mail op “vorsende” toon om dit alsnog in orde te maken.

Moet inloop en uitloop altijd standaard verzekerd zijn op de b.a.?
De Orde suggereert dat het antwoord hierop “ja” is. Dit doet echter geen recht aan de individuele situatie van iedere advocaat. Iedereen die géén zelfstandige zaken gedaan heeft voor hij als zelfstandig advocaat begon, hoeft feitelijk géén inloop risico te verzekeren. En wat uitloop betreft is het bij veel verzekeraars zo geregeld dat als een advocaat vertrekt, maar de polis doorloopt omdat de maatschap wordt voortgezet met (deels) andere maten, dit uitlooprisico gewoon gedekt is.
Anders ligt het natuurlijk als de eenpitter stopt. Dan is het uitlooprisico niet altijd zondermeer verzekerd. Verzekeraars willen echter die narisicodekking echt wel bieden, maar dat wordt per geval beoordeeld. De suggestie dat er verzekeraars zijn die het narisico niet willen verzekeren is dus onjuist.

Conclusie
Het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering is maatwerk. Welke dekkingen noodzakelijk zijn is afhankelijk van de individuele (praktijk)situatie van de advocaat. Naar mijn mening gaat het erg ver om iedere advocaat te verplichten standaard zowel het inloop- als uitlooprisico mee te laten verzekeren op de b.a. En als dit gezien de situatie nodig is, is het zeker niet zo dat dit dan bij bepaalde verzekeraars niet meeverzekerd kan worden. 

Reacties op deze blog

Ron Borgdorff op 04 juli 2011 om 17:28
Graag wil ik reageren op de reacties op mijn blog. In de eerste plaats de reactie van Mr. van der Linden. Hij stelt dat er naar zijn mening gewoon dekking behoort te zijn en als er op meerdere polissen dekking blijkt te zijn, dat dit dan maar door de betrokken verzekeraars moet worden uitgevochten. Nu, sinds 2006, bij de invoering van het nieuwe verzekeringsrecht, is ook afgesproken dat claims die bij meer verzekeraars terecht kunnen komen, worden behandeld door de eerst aangesproken verzekeraar. Verzekeraars regelen dit onderling, dus wie er wordt aangesproken gaat buiten de verzekerde om. Overigens spreekt de heer Van der Linden alleen over advocaten in loondienst. Daar speelt het probleem niet, mits zij overstappen van de ene naar de andere loondienst-situatie. Het probleem speelt juist bij de zelfstandig advocaat.

De kwestie van “het zou verzekerd moeten zijn”, speelt al sinds 1996. Zoals mr. Teeuwen aangeeft komt dit door de “claims-made”-dekking. Die is door alle aansprakelijkheidsverzekeraars ingevoerd omdat zij werden geconfronteerd met claims uit het verleden die zij moesten honoreren. De Hoge Raad was nl. van mening dat verzekeraars de schades moesten beoordelen op basis van de kennis van nu, ook al waren de inzichten bij het ontstaan van de schade anders. Het ging dan om asbestiose-claims. Járen geleden waren die schades veroorzaakt en eerst na tientallen jaren kwamen de claims. Verzekeraars hadden daarvoor niet gereserveerd en moesten veel geld bijleggen omdat de premies daarvoor niet voldoende waren. Als er meer schade moet worden vergoed dan er premie wordt ontvangen kan een verzekeraar twee dingen doen: de premies verhogen of de voorwaarden aanpassen. In 1996 is ervoor gekozen om de voorwaarden aan te passen waardoor alleen claims gedekt waren die tijdens de looptijd veroorzaakt waren én geclaimd werden.

Dan kom ik nog even terug op de reactie van mr. Van den Broeke. Natuurlijk wordt iedere cliënt van ons kantoor die dit aangaat geïnformeerd zodra er meer duidelijkheid is. De vraag of het reëel is dat eenpitters het narisico wel moeten inkopen en maatschappen niet ligt niet zoals het nu lijkt. De gedachte die er zijdens verzekeraars achter zit is dat als een advocaat meent dat zijn risico beter elders verzekerd kan zijn en hij dus opzegt, de maatschappij geen narisicodekking wil bieden. Dat moet de advocaat dan ook maar regelen als inlooprisico bij de nieuwe verzekeraar. Bij een opzegging kun je immers geen verschil zien of men stopt als advocaat of overstapt naar een andere aanbieder.De polis van de maatschap loopt door als iemand stopt en het narisico is standaard verzekerd. De maatschap blijft immers bij de verzekeraar.
mr. T.G.M. van den Broeke, Duiven op 10 juni 2011 om 12:15
Met een aantal beroepsgenoten neem ik regelmatig deel aan een klein kantorenoverleg, waar deze kwestie onderwerp van gesprek is geweest. Ik ben het eens met mr. Van der Linden waar het zijn redenering betreft, maar uit de blog van de heer Borgdorff maak ik op dat de realiteit anders is. Het uitlooprisico is slechts gedekt in het geval de polis nog doorloopt. Zoals ik het lees, worden advocatenkantoren die fungeren in de vorm van een maatschap bevoordeeld boven de eenpitter, omdat bij het uittreden van een maat en eventuele vervanging door een andere maat, het uitlooprisico van de vertrokken maat gewoon gedekt is naast uiteraard het risico voor de nieuwe maat. Een kantoorpolis zal gelden voor een aantal personen, maar op deze wijze kan het uitlooprisico in theorie gelden voor ontelbare personen, afhankelijk van de gewijzigde samenstelling van de maatschap. De eenpitter daarentegen zou een aanvullende verzekering moeten afsluiten, terwijl het financiële risico voor de verzekeringsmaatschappij waar het hem betreft veel kleiner is dan in het geval van de maatschap. Vanwege de aanvullende eis van de Orde van Advocaten verwacht ik van Niehoff Werning & Kooij dat zij mij nader informeren over dit onderwerp.
Theo Teeuwen op 10 juni 2011 om 10:07
Het verschil met de autoverzekering is volgens mij de opname in de beroepsaansprakelijkheidsverzekeringspolis van een 'claims made' bepaling. Zonder een dergelijke bepaling zou geen sprake zijn van een uitlooprisico. Het probleem wordt daarmee grotendeels veroorzaakt door de verzekeraars zelf.
Mr. O.P. van der Linden, Utrecht op 09 juni 2011 om 9:49
Ook ik heb onlangs de vraag van de Orde voorgelegd gekregen of de in- en uitloop verzekerd is en volgens mij is hier iets raars mee aan de hand.
Redenerend volgens mijn boerenverstand betwijfel ik namelijk het bestaan van een in- en uitlooprisico.
Iedere advocaat is immers verplicht een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. Het werk van een advocaat is dus altijd door een polis gedekt. Als bij werkgever B blijkt dat er een fout is gemaakt bij een vorig dienstverband van de advocaat bij werkgever A zal de verzekeringsmaatschappij van B dit gauw constateren en verwijzen naar de aansprakelijkheidsverzekeraar van werkgever A. Die is natuurlijk verplicht de claim in behandeling te nemen omdat sprake is van een beroepsfout, gemaakt tijdens de looptijd van de polis. Ook bij het uitlooprisico speelt dit.

Wanneer ik onder de tram kom en een jaar later komt iemand bij de erven die stelt dat ik bij leven en in hoedanigheid van advocaat iets verkeerd heb gedaan, kan gewoon de verzekeraar worden ingeschakeld omdat het dan een fout betreft tijdens de looptijd van de polis.

Wat de zaak ingewikkelder zou kunnen maken is dat 1 advocaat een schade voor een client heeft veroorzaakt die wordt veroorzaakt door 2 fouten, eentje bij werkgever A en de ander bij werkgever B. Als deze werkgevers verschillende beroepsaansprakelijkheidsassuradeuren hebben, moeten die onderling de verhouding van hun bijdrage aan die schade afstemmen. Ik denk dan ook dat de termen in- en uitlooprisico meer met de bedrijfsvoering van de verzekeraar te maken hebben en zien op de mogelijkheid dat tijdens de behandeling van een lopende zaak regres moet worden genomen op een andere maatschappij, omdat bijvoorbeeld tijdens de procedure blijkt dat de schade geheel of gedeeltelijk op een andere maatschappij kan worden afgeschoven.
Dat zal best vervelend zijn voor die maatschappijen, maar als verzekerden hoeven wij ons daarover toch niet te bekreunen, laat staan ons daarvoor apart te verzekeren?

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het hier om een storm in een glas water gaat, omdat het enige wezenlijke verschil met de bedoelde autoverzekering daarin is gelegen, dat bij een autoverzekering de te claimen schade direct waarneembaar is, en dat bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekering een schadeveroorzakend feit eerst veel later kan blijken. Een advocaat die in verschillende werkkringen werkzaam is geweest, maar die altijd verzekerd is geweest, zal een tegen hem ingestelde claim, of deze meteen blijkt of eerst jaren laten, dus altijd bij de ene of de andere verzekeringsmaatschappij kunnen neerleggen. Ook na het neerleggen van de praktijk kan een verzekeringsmaatschappij zich niet zomaar beroepen op het feit dat de polis al beëindigd is om dekking op een voor de beeindigingdatum vallend voorval te weigeren, of niet dan?

Discussieer mee

© 2010-2012 NWK | Downloadcentrum | Disclaimer | Sitemap