Hoe zit het nu met het in- en uitlooprisico op de b.a. voor advocaten?
Veel advocaten worden momenteel door de Orde van Advocaten bevraagd over het inloop- en uitlooprisico van hun beroepsaansprakelijkheidsverzekering (b.a.). Wij worden als gevolg daarvan veel gebeld en gemaild. Waar gaat het nu om? Laat ik eerst uitleggen wat inloop en uitloop is, vervolgens waarom u wordt benaderd, wat de rol van de Orde is en hoe naar mijn mening met dit onderwerp zou moeten worden omgegaan.
Inloop en uitloop in algemene zin
Inloop en uitloop zijn echte verzekeringsbegrippen. Bij een polis van bijvoorbeeld een autoverzekering vindt iedereen het normaal dat een schadegebeurtenis alleen gedekt is, als de schadegebeurtenis ontstond tijdens de looptijd van de verzekering. Gebeurtenissen vóór de ingangsdatum zijn natuurlijk niet verzekerd; als de polis geroyeerd is en er is dan alsnog een schade, dan komt die uiteraard ook niet voor vergoeding in aanmerking.
Voorbeelden van inloop en uitloop bij de b.a.
Bij aansprakelijkheidsverzekeringen ligt dit genuanceerder. Als een advocaat of andere jurist eerst bij werkgever A een zaak behandelt en die meeneemt als hij gaat werken bij werkgever B, of voor zichzelf begint, dan bestaat de kans dat pas op een later moment blijkt dat er al in eerste instantie een fout is gemaakt die tot schade leidt. De oorzaak van de fout ligt dan weleens voor de ingangsdatum van de polis, terwijl de schade na de ingangsdatum blijkt. Zo'n schade is dan ontstaan in de inloopperiode. Andersom kan ook. Stel de advocaat behandelt een zaak en maakt een fout die dan niet wordt opgemerkt. Vervolgens stopt hij als advocaat, hij wordt bijvoorbeeld rechter, en daarna blijkt de schadegebeurtenis alsnog tot schade te leiden. Dan valt de schade in de uitloopperiode.
Orde van Advocaten controleert de b.a.
De Orde van Advocaten houdt in de gaten of u wel blijft voldoen aan de eisen die zij als Orde aan de leden stelt, zoals de verzekeringsplicht voor beroepsaansprakelijkheid. Dat werd gedaan door de advocaten allemaal formulieren te laten invullen en stukken te laten insturen. De Orde gaat echter ook mee met de moderne ontwikkelingen en heeft daarom met ingang van 2011 dit proces gedigitaliseerd. Dus iedere advocaat vult op de site alle gevraagde gegevens in over zijn/haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering en vragen waarop een volgens de Orde afwijkend antwoord gegeven wordt, vallen er automatisch uit. Een van die vragen betreft het al dan niet meeverzekerd zijn van het inloop- en uitlooprisico. Antwoordt men dat dit niet meeverzekerd is, dan ontvangt het kantoor een mail op “vorsende” toon om dit alsnog in orde te maken.
Moet inloop en uitloop altijd standaard verzekerd zijn op de b.a.?
De Orde suggereert dat het antwoord hierop “ja” is. Dit doet echter geen recht aan de individuele situatie van iedere advocaat. Iedereen die géén zelfstandige zaken gedaan heeft voor hij als zelfstandig advocaat begon, hoeft feitelijk géén inloop risico te verzekeren. En wat uitloop betreft is het bij veel verzekeraars zo geregeld dat als een advocaat vertrekt, maar de polis doorloopt omdat de maatschap wordt voortgezet met (deels) andere maten, dit uitlooprisico gewoon gedekt is.
Anders ligt het natuurlijk als de eenpitter stopt. Dan is het uitlooprisico niet altijd zondermeer verzekerd. Verzekeraars willen echter die narisicodekking echt wel bieden, maar dat wordt per geval beoordeeld. De suggestie dat er verzekeraars zijn die het narisico niet willen verzekeren is dus onjuist.
Conclusie
Het afsluiten van een beroepsaansprakelijkheidsverzekering is maatwerk. Welke dekkingen noodzakelijk zijn is afhankelijk van de individuele (praktijk)situatie van de advocaat. Naar mijn mening gaat het erg ver om iedere advocaat te verplichten standaard zowel het inloop- als uitlooprisico mee te laten verzekeren op de b.a. En als dit gezien de situatie nodig is, is het zeker niet zo dat dit dan bij bepaalde verzekeraars niet meeverzekerd kan worden.
De kwestie van “het zou verzekerd moeten zijn”, speelt al sinds 1996. Zoals mr. Teeuwen aangeeft komt dit door de “claims-made”-dekking. Die is door alle aansprakelijkheidsverzekeraars ingevoerd omdat zij werden geconfronteerd met claims uit het verleden die zij moesten honoreren. De Hoge Raad was nl. van mening dat verzekeraars de schades moesten beoordelen op basis van de kennis van nu, ook al waren de inzichten bij het ontstaan van de schade anders. Het ging dan om asbestiose-claims. Járen geleden waren die schades veroorzaakt en eerst na tientallen jaren kwamen de claims. Verzekeraars hadden daarvoor niet gereserveerd en moesten veel geld bijleggen omdat de premies daarvoor niet voldoende waren. Als er meer schade moet worden vergoed dan er premie wordt ontvangen kan een verzekeraar twee dingen doen: de premies verhogen of de voorwaarden aanpassen. In 1996 is ervoor gekozen om de voorwaarden aan te passen waardoor alleen claims gedekt waren die tijdens de looptijd veroorzaakt waren én geclaimd werden.
Dan kom ik nog even terug op de reactie van mr. Van den Broeke. Natuurlijk wordt iedere cliënt van ons kantoor die dit aangaat geïnformeerd zodra er meer duidelijkheid is. De vraag of het reëel is dat eenpitters het narisico wel moeten inkopen en maatschappen niet ligt niet zoals het nu lijkt. De gedachte die er zijdens verzekeraars achter zit is dat als een advocaat meent dat zijn risico beter elders verzekerd kan zijn en hij dus opzegt, de maatschappij geen narisicodekking wil bieden. Dat moet de advocaat dan ook maar regelen als inlooprisico bij de nieuwe verzekeraar. Bij een opzegging kun je immers geen verschil zien of men stopt als advocaat of overstapt naar een andere aanbieder.De polis van de maatschap loopt door als iemand stopt en het narisico is standaard verzekerd. De maatschap blijft immers bij de verzekeraar.